“Waarom grom je naar me?”

“Waarom grom je naar me?” vroeg ik haar. ‘Bam’ de deur sloeg wederom dicht voor mijn neus.

Sinds 2012 doe ik vrijwilligerswerk in de Oosterlichtkerk in Huizen. Soms bezoek ik mensen uit de wijk om te vragen hoe het met hen gaat. Op verjaardagen, met Kerst en Pasen bezorg ik een kaart, ook ga ik langs om te condoleren bij overlijden van een dierbare. Vaak blijft het bij een praatje aan de deur, maar bij sommigen kom ik een paar keer per jaar op de koffie. Namens de kerk omzien naar elkaar.

Er wordt veel voor mensen gedaan in deze kerk. Praatgroepjes, die nu online plaatsvinden, hulp voor mensen die het moeilijk hebben. Je kunt altijd aankloppen bij de kerk. We hebben een fijne dominee, een warme vrouw uit Friesland, die erg begaan is met de mensen.

De actie Kerkbalans is een jaarlijkse terugkerende actie. Kerken zijn voor het grootste gedeelte afhankelijk van deze giften. Ondanks dat de kerk grotendeels op vrijwilligers draait, zijn er nog wel kosten van de predikant, operationele kosten en huisvesting.

Elk jaar bezorg ik, net als vele anderen, de enveloppen van de kerkbalans. Na een week ga ik langs om de envelop weer op te halen. Op de envelop geef ik van te voren duidelijk aan op welke tijdstippen ik kom. Ze mogen de envelop ook bij mij bezorgen en m’n telefoonnummer staat er op. Het komt wel eens voor dat mensen niet eens weten dat ze lid zijn van de kerk, bijvoorbeeld door verhuizing vanuit een andere gemeente.

Soms reageren mensen geïrriteerd als ik langskom om de enveloppen op te halen. Als mensen geïrriteerd reageren, vraag ik of ze lid willen blijven,. Als het antwoord “Nee!” is geef ik aan dat ze zich uit kunnen schrijven, zodat ik volgend jaar niet opnieuw voor de deur sta.

Bij deze vrouw kom ik al drie jaar aan de deur. De eerste keer, dat ik langskwam, reageerde ze bijna triomfantelijk “sorry de envelop is bij het oud papier terecht gekomen”. Ik bood haar vriendelijk aan om een nieuwe envelop te bezorgen. Dit zette de relatie vermoedelijk onder druk. Het jaar daarop deed ze op de betreffende tijdstippen niet open, ondanks dat het duidelijk was dat ze thuis was. Dit jaar deed ze de deur open en reageerde direct geïrriteerd met “Het schikt nu niet!” en voordat ik kon reageren draaide ze zich om en gaf de deur een zwieper. Met een dreun klapte de deur voor mijn neus dicht. Ik glimlachte, omdat ik realiseerde dat dit vermoedelijk niets met mij te maken heeft. “Niet oordelen, niet oordelen” klonk het binnen mij, dus vandaar de glimlach. Ik hoop oprecht, dat het haar goed gaat. Je weet tenslotte niet waarom mensen soms op een bepaalde manier reageren.

Drie uur later, ik had de meeste enveloppen óf in mijn brievenbus óf aan de deur ontvangen, stond ik weer aan de deur bij haar. Alsof ze me verwachtte. Haar gezicht stond zuur en ze beet me toe “Ik zei toch dat het niet schikt!”. “Ja, maar dat was drie uur geleden”. Ze draaide zich om en wilde de deur al een zet geven. Ik kon nog net de vraag “Waarom grom je naar me?” naar binnen slingeren. ‘Bam!’ de deur klapte dicht.

Zaterdag dacht ik “Ach nog één poging”. Natuurlijk wist ik wel dat ik de envelop niet niet zal ontvangen. Ik hoopte echter iets meer tijd te krijgen, zodat ik haar even kon spreken. Er deed een man open. “Nee, die is nog niet ingevuld” zei hij. “Wilt u haar doorgeven, dat ze de envelop ook bij mij kan afgeven. Ik woon hier vlak achter en wees naar mijn huis”. Hij zou het doogeven.

Ik ging glimlachend op de fiets naar de supermarkt. De meeste mensen reageren vriendelijk en bezorgen de envelop zelfs bij mij thuis. Van één vrouw wist ik via de nieuwsbrief, dat haar man recent was overleden. Ik heb haar gecondoleerd en aangegeven dat ze mag bellen als ze even wilt praten. Zij was de eerste die de envelop bij mij thuis bezorgde. Een andere vrouw, ik heb al eerder over haar geschreven, belde me om aan te geven dat haar moeder was overleden en dat haar broer ernstig ziek is. Afgelopen zaterdag ben ik bij haar op de koffie geweest. We hebben samen de uitvaartdienst gekeken. Ze vond het fijn dat ik er was.